MOEILIJKE WOORDEN MET BETEKENIS

Moeilijke Nederlandse woordenlijst + betekenis

Binnen de Nederlandse taal kun je veel woorden op verschillende manieren uitdrukken. Doordat de woorden dezelfde betekenis hebben, zijn ze volledig willekeurig door elkaar te gebruiken.

Veel van deze zogeheten synoniemen zijn bij een groot publiek bekend en behoren zo’n beetje tot  onze “standaard” woordenschat. Sommige synoniemen zijn echter minder gebruikelijk in onze spreektaal. De betekenis van sommige moeilijke woorden is voor veel mensen absoluut onbekend. Sterker nog, velen hebben überhaupt nog nooit van deze woorden gehoord! Deze woorden worden slechts zelden gebruikt en kunnen we met recht moeilijke woorden noemen.

Hieronder een tweetal opsommingen van moeilijke woorden met hun betekenis. De eerste opsomming bevat meer bekende woorden, de tweede de vreemdere woorden.

Moeilijke woorden met betekenis 1

accuraat = zeer nauwkeurig
adhesie = steun
amnestie = kwijtschelding van straf
antecedent = woord waarnaar verwezen wordt
apotheose = schitterend sluitstuk
archipel = eilandengroep
cineast = filmmaker
clementie = genade, welwillendheid
collisie = botsing
congruent = overeenstemmend
consternatie = ontsteltenis, opschudding
declameren = voordragen
domicilie = woonplaats
douceur = fooi, geschenk
elementair = cruciaal, broodnodig
epoque = tijdstip, tijdvak
explicatie = uitleg
fiducie = vertrouwen
geagiteerd = opgewonden, nerveus
hautain = hooghartig
hermetisch = volledig dicht, luchtdicht
heroïsch = heldhaftig

Moeilijke woorden met betekenis 2

afasie = het onvermogen te spreken
affectatie = een schijnbare gemoedsgesteldheid die niet met de werkelijkheid in overeenstemming is
allotria = dwaasheden
alluderen= spotten, stekelige toespelingen maken
anamnese = verslag van een patiënt over de voorgeschiedenis van zijn ziekte
apocrief = twijfelachtig
artificieus = sluw, listig
bassesse = laagheid, gemeenheid
bisbilles = gekibbel over een kleinigheid
convocatie = uitnodiging
concubinaat = het samenleven van een man en een vrouw zonder huwelijk
cytologie = leer der levende cellen
deballoteren = afwijzen bij stemming
divageren = afdwalen
domesticatie =  het temmen van wilde dieren tot huisdieren
eloquent = goedgebekt, welbespraakt
eidetiek = het inbeelden
ferociteit = wildheid, woestheid
fytofaag = plantenetend
gremium = officiële groep mensen met een bepaalde taak
humoraal = de lichaamsvochten betreffend
idiosyncratisch = met een eigen, afwijkend karakter

idyllisch = vreedzaam
illuminatie = verlichting
incognito = onder een schuilnaam
infaam = schandelijk, eerloos
inkleden = op een bepaalde manier brengen
jobstijding = ongeluksbericht
lumineus = schitterend
meteorologisch = weerkundig
minutieus = nauwgezet
mogendheid = land dat zichzelf bestuurt
netelig = lastig
nivellering = (het) gelijkmaken, verkleinen van verschillen
ontluisterend = beschamend
optornen = er met moeite tegenin gaan
palpatie = betasting (voor bv onderzoek)
piëteit = eerbied
postscriptum = toevoegsel aan een brief, naschrift
pragmatisch = nuttig, bruikbaar
quarantaine = (gedwongen) afzondering
restitueren = terugbetalen
sub rosa = in het geheim, in vertrouwen 

 

 

lasciviteit = wulpsheid
lucullisch = overdadig, weelderig (bijv. van een maaltijd)
matineus = gewend vroeg op te staan
myopie = bijziendheid
ney = muziekinstrument, een voorloper van de fluit
omineus = een (slecht) voorteken bevattend, onheilspellend
peigeren = doodgaan
pernicieus = verderfelijk, kwaadaardig
prolegomena = inleidende opmerkingen
rotrombine = bloedstollingsfactor
revoltant = weerzinwekkend, zeer stuitend
sforzando = sterker, aanzwellend
soterisch = zaligmakend, verlossend
somnambulisme = slaapwandelen
vigilant = waakzaam, wakker
voraciteit = vraatzucht
vivaciteit = levendigheid, opgewektheid
xantippe = feeks, helleveeg
xylografie = houtsnijkunst
zoöplastiek = de kunst van het opzetten van dieren
zotisch = het leven betreffend

 

Comments are closed.