Moeilijke woorden

moeilijke Nederlandse woorden

Wat een prachtige taal hebben wij toch met onze mooie, maar soms ook moeilijke woorden!

We kunnen onze Nederlandse woorden echter soms zo ingewikkeld maken, dat we het spoor bijster raken. Doordat sommige woorden minder bekend zijn, of de spelling ervan afwijkend, noemen we het al gauw moeilijke woorden.

Op deze site vindt je heel veel moeilijke woorden, in alle soorten en maten en op alle verschillende niveaus.
Veel plezier!


Moeilijkste Nederlandse woorden

Sommige Nederlandse woorden worden veelvuldig opgezocht in Google voor hun betekenis. Woorden die blijkbaar veel voorkomen en waarbij het bij velen toch niet helemaal duidelijk is wat precies bedoeld wordt.

Test je kennis

We hebben hieronder een lijst met de 25 meest opgezochte woorden voor je samengesteld.
Maar eerst kun je je kennis testen. Hoeveel ken jij er eigenlijk? Doe de test!

/10
1773

MOEILIJKE WOORDEN QUIZ

INTEGRATIE

OBJECTIEF

CONSERVATIEF

PROFILEREN

KWANTITEIT

ADEQUAAT

CONCREET

FRACTIE

INTERPRETEREN

COMPLEX

Je score is

0%


Moeilijke woordenlijst; de 25 meest opgezochte

Hieronder vind je een woordenlijst met deze meest opgezochte ‘moeilijke ‘woorden, uiteraard met betekenis en ook een voorbeeldzin om het woord beter te begrijpen.


pragmatisch = praktisch, nuttig, bruikbaar
Voorbeeld: De pragmatische aanpak van het fileprobleem heeft inderdaad geleid tot minder files.

gremia (= meervoud van gremium) = adviserende organen
Voorbeeld: De Tweede Kamer is een gremium en ook gemeenteraden, of een ondernemingsraad binnen een bedrijf zijn voorbeelden van gremia.

eloquent = welbespraakt, welsprekend
Voorbeeld: Het is een genot om te luisteren naar deze eloquente spreker.

idyllisch = aangenaam en vredig
Voorbeeld: We reden rond langs idyllisch gelegen dorpjes.

traditiegetrouw = volgens de oude gewoonte
Voorbeeld: Traditiegetrouw aten we met Kerst met z’n allen bij mams thuis.

integratie = opname in een geheel
Voorbeeld: De integratie van niet westerse immigranten in de samenleving.

concreet = werkelijk bestaand, duidelijk; tegenovergestelde van abstract
Voorbeeld: Kom nu eens met een concreet voorstel.

braakliggend = ongebruikt (grond)
Voorbeeld: Er wordt steeds vuil gedumpt op dat braakliggende terrein.

kwantiteit = grootte, hoeveelheid
Voorbeeld: Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit.

belangeloos = onbaatzuchtig, zonder voordeel te willen
Voorbeeld: Velen hebben zich belangeloos ingezet om het gezin te helpen.

lucratief = waar je geld mee verdient
Voorbeeld: Hij heeft altijd van die lucratieve handeltjes.

aspect = kant of onderdeel van een zaak
Voorbeeld: De kwestie heeft meerdere aspecten.

adequaat = passend, zoals nodig is
Voorbeeld: Door zijn adequate reactie voorkwam hij verdere escalatie.

reduceren = verminderen, terugbrengen naar een kleiner aantal of lager peil
Voorbeeld: Ouderen mogen naar binnen tegen een gereduceerd tarief.

conservatief = behoudend, die niet van veranderingen houdt
Voorbeeld: Zijn ouders zijn erg conservatief.

convocatie = oproep, uitnodiging voor een vergadering
Voorbeeld: De wethouder liet een convocatie uitgaan.

compromis = overeenkomst waarbij beide partijen iets toegeven
Voorbeeld: De regeringsleiders sloten uiteindelijk een compromis.

objectief = gebaseerd op feiten en niet op meningen
Voorbeeld: We hebben iemand nodig die objectief tegen de zaak aankijkt.

consensus = overeenstemming van mening
Voorbeeld: Er is sprake van consensus wanneer de leden van een groep of gemeenschap een breed gedragen overeenstemming hebben bereikt.

(zich) profileren = de aandacht op jezelf vestigen
Voorbeeld: Rotterdam profileert zich als culturele hoofdstad.

abstract = losgemaakt van de werkelijkheid; tegenovergestelde van concreet
Voorbeeld: Houden van is een abstract begrip.

interpreteren = eigen uitleg geven aan iets
Voorbeeld: Moet ik dat interpreteren als een afwijzing?

alternatief = andere mogelijkheid
Voorbeeld: Het hebben van geslachtsgemeenschap kan een prima alternatief voor sporten zijn.

complex = 1: ingewikkeld; 2: geheel van dingen die bij elkaar horen
Voorbeeld 1: Juridisch is dit een complexe zaak.
Voorbeeld 2: Op het complex lagen 3 tennisbanen.

fractie = 1: heel klein deel; 2: groep volksvertegenwoordigers van dezelfde politieke partij
Voorbeeld 1: Het scheelde maar een fractie van een seconde.
Voorbeeld 2: De liberale fractie in de Tweede Kamer



Lastige Nederlandse woorden in het taalgebruik

Je kunt voor bijna ieder woord wel een ander woord gebruiken. Sommige mensen zijn nu eenmaal opgevoed met een brede(re) woordenschat en voor hen is het gebruik van “moeilijke” woorden de gewoonste zaak van de wereld. Anderen proberen zich juist slimmer voor te doen door te pas en te onpas een dure woorden te gebruiken…
 
Ons advies, hou het simpel, dan snappen we het allemaal! Al is het natuurlijk wel prettig als je begrijpt wat bedoeld wordt als anderen je belagen met hun moeilijke termen. En alleen al daarom kun je op deze site je woordenschat flink bijschaven. Succes!

error: Content is protected !!