Dure woorden

Dure woorden zijn woorden die chique klinken. Je zou net zo makkelijk kunnen kiezen voor de ‘gewone’ variant. Maar het klinkt wel interessant om de chique versie te nemen. Want waarom schitterend zeggen als je ook lumineus kunt brallen.;)

Ben jij ook zo’n gadgetfreak? Check de nieuwste gadgets op Bol.com >>

Dure, deftige, chique woorden

dure woorden

Bovenstaande inleiding is natuurlijk gekscherend bedoeld. Maar het kan geen kwaad kennis te hebben van de dure woorden die je nu eenmaal af en toe tegenkomt. Het is altijd prettig als je weet wat met sommige ingewikkeld klinkende woorden wordt bedoeld.

Uitbreiding van je vocabulaire doe je al van kleins af aan. Het aantal ‘deftigere’ en langere woorden blijft steeds groeien en draagt bij aan je totale woordenschat. En met het groter worden van je woordenschat neemt ook het aantal synoniemen dat je kent toe.

Je zult merken dat je die dure synoniemen zelf ook gaat gebruiken als je ze eenmaal leert. Soms druk je je namelijk net wat preciezer uit met het ‘deftigere’ woord. Maar het is ook gewoon leuk om eloquent te zijn! 😉


Leer geld verdienen met bitcoins. Gratis Crypto Masterclass >>


Dure woordenlijst

A
abject = verachtelijk, laag
Voorbeeld: Die persoon houdt er abjecte praktijken op na.

acceleratie = versnelling
Voorbeeld: De overige renners konden de acceleratie niet bijhouden.

accuraat = nauwkeurig, zorgvuldig
Voorbeeld: Hij gaat immer zeer accuraat te werk.

aderlating = gevoelig verlies
Voorbeeld: Het uitvallen van de spits was een aderlating voor de ploeg.

ambetant = irritant, onprettig
Voorbeeld: Wat ben je toch een ambetant mannetje!

amicaal = als een vriend
Voorbeeld: De docent gaat met veel leerlingen amicaal om.

anderszins = anders, op een andere manier
Voorbeeld: Lopen of anderszins naar huis zien te komen.

anticiperen = vooruitzien, verwachten
Voorbeeld: Zorg dat je altijd anticipeert als dingen veranderen.

appelleren = aanspreken, ook: in hoger beroep gaan
Voorbeeld: Hij appelleerde de scheids voor een overtreding.

apocrief = twijfelachtig, geen geloof verdienend
Voorbeeld: Zijn relaas was op z’n minst apocrief te noemen.

apotheose = schitterend sluitstuk, ontknoping
Voorbeeld: Wat een geweldige apotheose van de avond!

appreciëren = waarderen, mooi vinden
Voorbeeld: Dat weet ik zeker te appreciëren.

artificieus = sluw, listig
Voorbeeld: Dat was een artificieuze actie.

authentiek = echt, oorspronkelijk
Voorbeeld: Gemaakt van authentiek Spaans porselein.


B
badinerend = gekscherend
Voorbeeld: Zijn badinerende opmerkingen vielen niet bij iedereen in goede aarde.

benodigen = nodig hebben
Voorbeeld: De hulp van de stagiair was benodigd om de rust in de klas weder te doen keren.

brisant = snel ontploffend, explosief
Voorbeeld: Pas maar op, hij kan zeer brisant reageren.


C
collaboreren = meewerken met de vijand
Voorbeeld: Gewone burgers werden gedwongen te collaboreren met de bezetter.

confisqueren = in beslag nemen
Voorbeeld: Alle handel werd door de politie geconfisqueerd.

completeren = aanvullen, compleet maken
Voorbeeld: Het avondeten completeerde de gezellige dag.

consideratie = overweging
Voorbeeld: Zou je dat nog eens in consideratie kunnen nemen?

consistent = kloppend, eenduidig
Voorbeeld: Hun consistente beleid is een voorbeeld voor andere bedrijven.

consternatie = ontsteltenis
Voorbeeld: In alle consternatie vergat ze helemaal haar baby mee te nemen.

consuminderen = bewust minder producten kopen
Voorbeeld: Een goede gewoonte is allemaal wat te consuminderen.

contrecoeur – met tegenzin
Voorbeeld: Contrecoeur stemden we uiteindelijk toe.

conventioneel = traditioneel, formeel
Voorbeeld: Het leger gebruikt nog steeds conventionele wapens.

convocatie = uitnodiging, oproeping
Voorbeeld: Iedereen had een convocatie voor de vergadering ontvangen.

controversieel = omstreden
Voorbeeld: Hij was een controversiële leider.

copulatie = geslachtsgemeenschap
Voorbeeld: Wat dacht je van copulatie vanavond? 🙂


D
delegatie = afvaardiging, een aantal mensen als vertegenwoordigers van een groep
Voorbeeld: Zij stuurden een delegatie erop af om te onderhandelen.

denigrerend = kleinerend, minachtend
Voorbeeld: Hij sprak nogal denigrerend over de inspanningen van de anderen.

desastreus = rampzalig
Voorbeeld: Als die maatregelen doorgaan, dan is dat desastreus voor de onderneming.

destructief = vernietigend
Voorbeeld: Zijn destructieve gedrag bracht hem steeds verder in de problemen.

determineren = bepalen
Voorbeeld: Dat valt nog nader te determineren.

differentiëren = (zich) onderscheiden
Voorbeeld: Hij differentieert zich door allerlei extra services te verlenen.

discrepantie = verschil, afwijking, tegenstrijdigheid; situatie dat zaken niet overeenstemmen
Een discrepantie tussen de werkelijke en de gehoopte resultaten.

divageren = afdwalen
Voorbeeld: We hoorden hem meerdere keren divageren tijdens zijn voordracht.

domicilie = (wettige) woonplaats
Voorbeeld: Haar domicilie was nog bij haar ouders, terwijl ze intussen op kamers woonde.

doubleren = blijven zitten
Voorbeeld: Als je zo doorgaat, zal je dit jaar moeten doubleren.

douceur = fooi, geschenk, extraatje
Voorbeeld: Hij was blij met de douceur die hij kreeg.

draagvlak = ondersteuning
Voorbeeld: Hij vond draagvlak voor zijn idee.

droogstoppel = zeurderig, saai persoon
Voorbeeld: Niemand zat te wachten op die droogstoppel.


E
einzelgänger = individualist, solist
Voorbeeld: Laat hem maar, hij is altijd al een einzelgänger geweest.

elementair = cruciaal, broodnodig
Voorbeeld: Dat zijn zaken die behoren tot de elementaire levensbehoeften.

elkander = elkaar
Voorbeeld: Zullen we voor de verandering eens lief doen tegen elkander?

eloquent = welsprekend, welbespraakt
Voorbeeld: Een genot om naar deze eloquente spreker te luisteren.

enigerlei = welke dan ook
Voorbeeld: Om erachter te komen of je enigerlei virus hebt.

epibreren = doen alsof je iets belangrijks doet
Voorbeeld: Zij waren wel weer aan het epibreren hoor!

erbarmelijk = zeer gebrekkig
Voorbeeld: De bevolking leeft onder erbarmelijke omstangdigheden.

escaleren = uit de hand lopen
Voorbeeld: Als dat zo door gaat, dan escaleert het straks.

evident = overduidelijk
Hier is sprake van een evidente vergissing.

extatisch = zeer verrukt, in vervoering
Voorbeeld: Ik voelde een extatisch vreugde!

exemplarisch = bij wijze van voorbeeld, typisch
Voorbeeld: Het was een exemplarisch idee voor die tijdsgeest.

exterieur = buiten(kant)
Voorbeeld: Het exterieur van de boot is nog volledig in tact.


F
faciliteren = voorzieningen aanbieden, ondersteunen
Voorbeeld: We willen in ons hotel ook groepsbijeenkomsten faciliteren.

fleemkous = slijmerd, slijmbal
Voorbeeld: Hij liep weer hielen te likken hoor, die fleemkous!

fiducie = vertrouwen
Voorbeeld: Als jij er al geen fiducie in hebt, wie dan wel?

flagrant = overduidelijk, evident, op schokkende wijze duidelijk
Voorbeeld: Hij verdedigde zich wederom met flagrante onwaarheden.

flaneren = lopen om te zien en gezien te worden
Voorbeeld: Ze trok haar mooie jurk aan en ging nog even met haar vriendinnen op de boulevard flaneren.

fnuiken = beknotten, verminderen
Deze acties fnuiken zijn kansen.

frappant = in het oog springend
Voorbeeld:Het is wel frappant dat het elke keer net niet lukt.

frivool = vrolijk, lichtzinnig
Voorbeeld: Door zijn frivole opmerkingen voelde ik me al snel op mijn gemak.

frustatoir = overbodig, nodeloos
Voorbeeld: Die woorden waren volledig frustatoir.

futiliteit = kleinigheid, zaak van weinig belang
Voorbeeld: Dat je je druk maakt om zo’n futiliteit…


G
geagiteerd = opgewonden, nerveus
Voorbeeld: Hij reageerde geagiteerd.

geïndigneerd = verontwaardigd
Voorbeeld: Aan zijn toon kon je horen dat hij geïndigneerd was.

geschil = conflict
Voorbeeld: Dit geschil dient op fatsoenlijke wijze opgelost te worden.


H
hautain = hooghartig
Voorbeeld: Haar hautaine gedrag is niemand ontgaan.

heimelijk = opzettelijk verborgen
Voorbeeld: Ze spraken heimelijk af.

heroïsch = heldhaftig
Voorbeeld: Wat een heroïsch optreden was dat!

huzarenstukje = daad waarvoor moed, kunde en geluk nodig is
Het politieteam leverde een huzarenstukje door de ontvoerders volledig om de tuin te leiden.


Slim beleggen op de beurs | Hoge rendementen met kleine portefeuilles | Gratis live training >>


Ken jij al deze deftige, dure woorden al?


I
idyllisch = aangenaam en vredig, landelijk
Voorbeeld: Een idyllisch plekje; idyllisch wonen

illuminatie = mooie verlichting, meestal buiten
Voorbeeld: Illuminatie aanbrengen in de donkere dagen voor Kerst.

impliciet = gesuggereerd, verborgen
Voorbeeld: Een verband valt impliciet op te maken uit de tekst.

incognito = vermomd, anoniem
Voorbeeld: Hij bezocht de bijeenkomst incognito.

indiceren = aanduiden, aangeven
Voorbeeld: Zijn verhaal lijkt zijn onschuld te indiceren.

instrueren = leren, opdragen
Voorbeeld: Ze moesten wel geïnstrueerd worden hoe te handelen.

infaam = schandelijk, eerloos
Voorbeeld: Wederom een voorbeeld van infaam gedrag van de jongeren.

insolvabel = niet tot betalen in staat, onvoldoende geld beschikken
Voorbeeld: De onderneming was mede door de crisis insolvabel geworden.

interactie = wisselwerking
Voorbeeld: De interactie tussen zanger en band was fantastisch.

interageren = op elkaar inwerken, elkaar wederzijds beïnvloeden
Voorbeeld: De opdracht zorgde dat de jongeren onderling interageerden.

interrumperen = in de rede vallen
Voorbeeld: Door mij steeds te interrumperen kom ik niet tot de kern van mijn verhaal.

interveniëren = als bemiddelaar optreden
Voorbeeld: Hij wist succesvol te interveniëren tussen de partijen.

intrigerend = boeiend
Voorbeeld: Een intrigerend verhaal.

inconveniënt = ongelegen, niet passend
Voorbeeld: Zijn inconveniënte bezoek deed nogal wat stof opwaaien.


J
jeremiëren = klagen, jammeren
Voorbeeld: Ondanks het succes liep ze nog altijd te jeremiëren over dat kleine foutje.


K
kordaat = vastberaden
Voorbeeld: Dankzij het kordate optreden van de politie was het snel weer rustig.


L
liaison = geheime liefdesrelatie, affaire
Voorbeeld: Hun liaison betekende het einde van zijn carrière.

louter = uitsluitend
Voorbeeld: Ik kan louter lovende woorden over hem spreken.

lucullisch = overdadig, weelderig (bijv. van een maaltijd)
Voorbeeld: Een lucullisch toetje

lumineus = schitterend, briljant
Voorbeeld: Hij kwam met een lumineus idee.


M
markant = opvallend
Voorbeeld: Een markant persoon

minutieus = nauwgezet, precies
Voorbeeld: De actie was minutieus voorbereid.


N
netelig = lastig
Voorbeeld: De opmerkingen brachten haar in een netelige situatie.

noest = altijd bezig
Voorbeeld: Hij staat bekend als een noeste werker.

notoir = alom bekend
Voorbeeld: Van hem wisten we al dat het een notoire leugenaar was.


O
obstinaat = hardnekkig, koppig, tegendraads
Voorbeeld: Ze bleef zich obstinaat verzetten.

ongegeneerd = erg onfatsoenlijk
Voorbeeld: Hij zat ongegeneerd uit zijn neus te eten.

ontluisterend = beschamend, teleurstellend
Voorbeeld: Ze kwamen met een ontluisterend resultaat.

onverwijld = onmiddellijk
Voorbeeld: Hij diende zich onverwijld bij de directie te melden.

op de bonnefooi = op goed geluk
Voorbeeld: We gaan gewoon op de bonnefooi.

dure woorden boekje

P
paperassen = allerhande papieren
Voorbeeld: Het kostte me dagen om door alle paperassen heen te gaan.

pathetisch = uitdrukking gevend aan heftige emoties, overdreven
Voorbeeld: Met pathetische stem sprak hij ons toe.

pauper= arm persoon
Voorbeeld: In dat stadsdeel leven veel paupers.

pedant = verwaand
Voorbeeld: Dat pedante toontje van je bevalt mij geenszins.

perceptie = beleving
Voorbeeld: Dat alles draagt bij aan de perceptie van de bezoeker.

pernicieus = schadelijk, kwaadaardig
Voorbeeld: Hij zat vol pernicieuze bedoelingen.

piëteit = eerbied, respect
Voorbeeld: Hij zweeg uit piëteit voor de overledene.

pittoresk = schilderachtig mooi
Voorbeeld: Het pittoreske dorpje trekt elk jaar vele bezoekers.

plausibel = aannemelijk
Voorbeeld: Hij heeft het niet plausibel weten te maken.

pragmatisch = nuttig, bruikbaar
Voorbeeld: Haar pragmatische aanpak wierp direct zijn vruchten af.

pregnant = met nadruk, gewichtig, een sterke indruk achterlatend
Voorbeeld: De onderliggende boodschap kwam pregnant naar voren.

pretenderen = beweren, doen alsof
Voorbeeld: Je hoeft niet te pretenderen dat je het weet.

proleet = persoon zonder beschaving, hufter
Voorbeeld: Die proleet begon gewoon te schreeuwen tegen mij in de winkel.

proletariër = bezitloos arbeider
Voorbeeld: In die regio wonen vele proletariërs.

pseudo = bedrieglijk, nep
Voorbeeld: Die pseudo verontwaardiging komt op mij vervelend over.


R
rapaille = schorem, tuig
Voorbeeld: Dat rapaille moet je gewoon hard aanpakken.

rechtschapen = integer
Voorbeeld: Een rechtschapen man met louter goede bedoelingen.

rectificatie = herstel van een fout
Voorbeeld: Hij eiste rectificatie van het stuk in de krant.

redundant = meer dan nodig, overtollig
Voorbeeld: redundante informatie

restitueren = terugbetalen
Voorbeeld: Het geld werd netjes gerestitueerd.


S
saillant = in het oog springend
Voorbeeld: Saillant detail was dat hij er zelf ook bij was.

seculier = niet aan religie gebonden
Voorbeeld: Nederland is een seculier land met haar vele inwoners die niet in God geloven.

significant = van groot belang
Voorbeeld: Dat is een significante aanwijzing.

sinecure = makkelijk baantje, eenvoudige taak
Voorbeeld: Dat is alles behalve een sinecure.

specificeren = nader aanduiden, detailleren
Voorbeeld: Kun je dat specificeren?

sporadisch = af en toe
Voorbeeld: Ik zag haar nog maar sporadisch.

subiet = plotseling, direct
Voorbeeld: Hij stond subiet op en vertrok.

sujet = onguur persoon
Voorbeeld: Plots kwam een of ander sujet op me af.


T
tentatief = nog in een proefstadium zijnd, proberend
Voorbeeld: De resultaten van de tentatief uitgevoerde proeven lijken hoopvol.


V
verdoezelen = maskeren, verbloemen
Voorbeeld: Daarmee probeerde ze haar fouten te verdoezelden.

vergewissen = ervoor zorgen dat je het zeker weet
Voorbeeld: Ik zou me er maar van vergewissen dat je het bij je hebt.

virtuoos = uitblinker, geniaal
Voorbeeld: Hij had weer een paar virtuoze acties vandaag.

vomeren = kotsen, braken
Voorbeeld: Hij lag vomerend boven de wc pot.

vraagbaak = iemand die of boekwerk dat antwoord kan geven op moeilijke vragen
Voorbeeld: Het is altijd fijn om zo’n vraagbaak in de buurt te hebben.


W
welriekend = aangenaam ruikend
Voorbeeld: Welriekend flaneerde ze tussen de jongens door.

wispelturig = grillig, besluiteloos
Voorbeeld: Ik heb schoon genoeg van dat wispelturige gedrag.


X
xantippe = feeks, boosaardige vrouw
Voorbeeld: Ik ben echt niet de enige die haar een xantippe vind.


Z
zwichten = bezwijken
Voorbeeld: Hij zwichtte voor het grote geld.


Dure woorden boekje

dure woorden boekje

Indruk maken op anderen met je dure woordenschat? Of vindt je het gewoon leuk om deftige woorden te leren?
Dan is dit een geinig boekje waarmee je binnen de kortste keren iedereen versteld doet staan van jouw vocabulaire.

Het boekje bevat niet alleen dure woorden met hun betekenis, maar ook voorbeelden
zodat de context duidelijk wordt. Ook worden aanwijzingen voor de uitspraak van de moeilijke woorden gegeven. 

Titel: 100 moeilijke woorden waarmee je intelligent klinkt

Bekijk dit coole boekje >>


Ook leuk:
Meer moeilijke woorden met betekenis | Moeilijk uitspreekbare woorden