Les 6: Verslaafd aan mijn telefoon?

Je weet nu als het goed is hoe het werkt. Leer de woordjes met behulp van de voorbeeldzinnen eronder.
Neem in ieder geval de woordjes een paar keer door om ze goed in je hoofd te stampen. Daarna stomen we door naar de oefeningen en de overhoring. Ready? Go!

1. berisping = standje
De meester gaf me vanmorgen een berisping omdat ik stiekem op mijn telefoon zat.

2. insinueren = beweren, suggereren
Hij insinueerde dat ik geen dag zonder dat ding zou overleven.

3. catastrofe = ramp
Nou zou dat inderdaad een catastrofe zijn, alleen al voor al mijn Snapdagen…

4. afraffelen = iets snel doen waardoor het niet goed gebeurt
Hij was ook bang dat ik mijn huiswerk een beetje afraffel om maar zo snel mogelijk weer op mijn telefoon te kunnen.

5. onderschrijven = beamen, het eens zijn met
Ook dat moet ik inderdaad onderschrijven. Oei, hij heeft wel gelijk…

6. binnenshuis = binnen in een huis
Vooral binnenshuis is de verleiding groot om in mijn kamer op mijn telefoon te zitten.

7. continu = aan een stuk door
Als ik niet slaap of eet zit ik er eigenlijk continu op.

8. reduceren = beperken, minderen
Misschien is het tijd om die tijd een beetje te reduceren.

9. het is van de gekke = zou niet mogen
Want het is toch eigenlijk van de gekke dat ik niet zonder dat ding kan.

10. erkentelijk = dankbaar
Hij heeft gelijk! In feite moet ik de meester dus erkentelijk zijn voor zijn berisping.
Ik ga lekker naar buiten, lekker voetballen!

Lekker bezig! Weer 10 nieuwe woorden aan je spraakarsenaal toegevoegd (oei, beetje vreemd woord, maar je begrijpt hopelijk wat ik bedoel ;)). Tijd voor wat oefeningen om ze helemaal te masteren!
Klik hier voor de oefeningen van les 6.
Direct naar de test >>