Moeilijke Engelse woorden

moeilijke Engelse woorden

Een hele lijst met moeilijke Engelse woorden met betekenis. Handig om te leren, oefenen of gewoon te kijken hoeveel woorden je eigenlijk al kent.

Het zijn veelal woorden die best veel gebruikt woorden; je zult er vast de nodige van kennen.
Ze staan op alfabetische volgorde. See, learn and have fun!

Moeilijke Engelse woordenlijst

A
to abendon = verlaten
alienation= vervreemding
to abase = vernederen, kleineren
abundance = overvloed
abstention = onthouding
abusive = beledigend
to accelerate = versnellen
to accommodate = een dienst bewijzen, onderdak verlenen
to accentuate = accentueren
accordingly = dienovereenkomstig
accompany = begeleiden
accomplishment = prestatie
accountability = verantwoordelijkheid
to acquire = verkrijgen
additional = extra
adjustment = aanpassing
admission = toelating
agitated = opgewonden, gejaagd
aggregation = verzameling
aleatory = onzeker, ongewis
to alleviate = verlichten
alternatively = (als) alternatief
amazement = verbazing
anxious = bang, beducht
apparent = aanwijsbaar, ogenschijnlijk
applications = toepassingen
astonishment = verwondering, verbaasdheid
attainability = bereikbaarheid
to authorise = machtigen
avertable = vermijdbaar

B
bachelor = vrijgezel
baldhead = kaalkop
balloting = stemming
beatified = gelukzalig
bedazzled = dolblij, verrukt
benediction = godsgeschenk
beneficial = hulp – , liefdadig
betrayal = verraad
birthmark = moedervlek
blustering = opschepperig
boundless = oeverloos, grenzeloos
briefness = beknoptheid
buffoon = clown
to bumble = uitstamelen
burglary = inbraak
to burden = belasten, verzwaren
buttonhole = knoopsgat
to brush up = opfrissen, bijspijkeren

C
calumnious = lasterlijk
candidacy = kandidatuur
to care about = zich bekommeren om
to categorise = indelen
cavalier = onbesuisd, omstuimig
ceaseless = onophoudelijk
challenging = uitdagend, moeilijk
to chivy = tarten
clairvoyant = helderziend
clumsiness = onhandigheid, geklooi
cohesion = samenhang
collusion = geheime afspraak
commutable = inwisselbaar
compelling = overtuigend, dwingend
congeniality = sympathie, medegevoel
conjugation = vervoeging
consciousness = bewustzijn
considerable = aanzienlijk
to contradict = in tegenspraak zijn met, tegenwerpen
to converse = omkeren
to counteract = in veiligheid brengen, neutraliseren
courageous = dapper
critical = hachelijk, kritiek
to cultivate = kweken, verbouwen
current = gangbaar
cushion = kussen
custody = gedrag, houding, aanhouding

Engelse woordenlijst; easygoing!

D
daring = dapper
dazzling = beeldig, betoverend
debility = zwakte
deceit = bedrog
default = standaardwaarde
deferent = eerbiedig
defiant = uitdagend, provocerend
deliberate = weloverwogen
to deprecate = afwijzen, afkeuren
to designate = (be)noemen
to despatch = afschepen
detached = afstandelijk
to deteriorate = verergeren
to diffuse = zich verspreiden
to diminish = verkleinen, afnemen
disobedience = ongehoorzaamheid
to disregard = negeren
dissembling = schijnheiligheid, huichelarij
dodgy = onbetrouwbaar, onguur
dressy = gekleeed, elegant
dullard = stoorzender, lastpost
dumbass = idioot, sukkel

E
earache = oorpijn
eccentric = exentriek
to elaborate = uitwerken
elemental = elementiar
elevated = subliem
to elicit = ontlokken
eloquent = welsprekend
to emanate = uitblazen, uitstralen
embedded = ingesloten
to empathise = inleven, verplaatsen
to empower = volmachtigen, authoriseren
to emulate = afkijken
endeavour = poging, moeite
to enlarge = (aan) groeien
to entangle = verwarren
enticement = verleiding
entitlement = recht, bevoegdheid
enumerate = rangschikken
envious = afgunstig, jaloers
espousal = steun, verloving
established = gesitueerd
eventually = uiteindelijk
exclusion = uitsluiting
to exhibit = tentoonstellen
expiration = afloop
extendable = verlengbaar

F
fabulous = fabelachtig, legendarisch, ongeloofwaardig
fading away = vervaging
fairly= tamelijk
falseness = leugenachtigheid
familiarisation = oriëntatie
favourable = gunstig
fearfulness = angst, vrees
fellowship = kameraadschap
fingermark = vingerafdruk
finiteness = eindigheid
to flabbergast = overdonderen
flattering = flatteus
flawless = puntgaaf
food for thought = (door) denkertje
to forward = doorsturen
fragile = breekbaar, broos
to frown = fronsen, plooien
fruitful = vruchtbaar, goedlopend
furthermore = bovendien, overigens

G
garment = kledingstuk
gathering = vergadering, samenscholing
girlhood = meisjesjaren
gleeful = blij
to glimpse = bespeuren
grandiose = grandioos
gratification = genot, bevrediging
grouchy = bot
grudge = rancune, wrok

H
habitual = gebruikelijk, volhardend
half-hearted = lauw
harassment = geweldpleging
harmful = schadelijk
haughtiness = zelfvoldaanheid
to hazard = risico lopen
hedonism = genotzucht
herbalist = kruidendokter
heritage = ervenis, overblijfsel
hindrance = belemmering
horrendous = doodsbenauwd
hotheaded = primitief, spontaan
humbling = vernederend

I
inappropriate = ongeschikt
incentive = prikkelend
ideologist = ideoloog
to idle = luieren
ignition = ontsteking, ontbranding
illiterate = analfabeet (analfabetisch)
illumination = verlichting
impreciseness = onnauwkeurigheid
impropriety = ongepastheid
increasingly = steeds meer
indifference = onverschilligheid
inevitably = onvermijdelijk
infotainment = docudrama, documentaire
inmeasurable = onberekenbaar
instantaneously = subiet, aanstonds
to interrogate = verhoren
to invoke = aan- / oproepen
to irradiate = bestralen

J
jabbering = gekwebbel
to jaunt = reizen
to jeopardize = in gevaar brengen, blameren
to jostle = in de war brengen
joyous = verblijd
judicial = gerechtelijk
junction = kruispunt
justifiable = te rechtvaardigen
juvenility = jeugdigheid

K
kamikaze = kamikaze, zelfmoodpiloot
keenness = scherpheid
to keep watch = op de uitkijk staan, bespioneren
keepsake = aandenken
key signature = signatuur
kickshaw = traktatie
kingpin = lummel, prominent
knobby = knobbelig
knucklehead = sufferd

L
laboursaving = arbeidsbesparend
laggard = achterblijver, treuzelaar
laid-back = gemakzuchtig
lavatory = washok, wc
lawless = bandeloos, rechteloos
liability = passiva
liaison = verbond
to linger = voortslepen
lousy = rot, lelijk
lucidity = duidelijkheid
lubricant = glijmiddel
lugubrious = droef
luscious = delicieus

M
macabre = macaber, griezelig
magnitude = grootheid
to magnify = vergroten
to maltreat = toetakelen, mishandelen
maternity = moederschap
maverick = buitenbeentje, onorthodox
mendacious = leugenachtig, vals
militancy = strijdbaarheid
to mock = bespotten
to monitor = controleren
morbid = ziekelijk
moreover = bovendien
mumbling = gemompel
murderous = moordlustig
to mutilate = ontsieren
to mystify = beet nemen, bedotten

N
to narrate = vertellen
narrowing = vernauwing
nastiness = valsheid, kwaadaardigheid
necessarily = noodzakelijk, per se
negligent = achteloos, nalatig
negotiable = onderhandelbaar
nevertheless = desondanks
newly = juist, nieuw
nicknack = hebbeding, gadget
nitpicking = muggezifterij
not altogether = niet helemaal
notification = bekendmaking
nourishment = voedsel
numerous = menig, talrijk
nutritious = machtig, voedzaam

O
obedient = gehoorzaam
to obligate = verplichten
occurrence = gebeurtenis
odorous = geparfumeerd
of age = meerderjarig, mondig
ominous = grimmig, dreigend
on-going = lopend
opportune = doelmatig, passend
opulent = luxueus
outermost = buitenste
to outlaw = in de ban doen
outrageous = schokkend
overwhelmingly = hoogstens

P
pageant = spekstakelstuk
palliative = halve maatregel, pijnstillend middel
pauper = armoedzaaier
peasant = boer
to peculate = achterover drukken
perpetually = eeuwig, voor altijd
persecution = achtervolging
plenary = compleet
plug-ugly = bink
possesive = bezittelijk
precaution = voorzorgsmaatregel
profitable = lonend, winstgevend
provident = voorzichtig
pushy = opdringerig

O
obedient = gehoorzaam
obligatory = dwingend, verplicht
oblivion = vergeetachtigheid
offended = beledigd
officiation = wedstrijdleiding
oftentimes = dikwijls
ominous = dreigend
on that account = daardoor, vandaar
oppression = onderdrukking
to outgrow = ontgroeien
outrageous = schokkend
to outsource = uitbesteden
overdraft = bankschuld

P
pacificism = antimilitarisme
paediatrician = kinderarts
to paraphrase = omschrijven
particular = bijzonder, speciaal
to pay homage to = als eerbewijs geven
peculiar = eigenaardig
permanence = bestendigheid
perpetrator = dader
persistency = verbetenheid, standvastigheid
playfulness = speelsheid
postulation = verzoek, petitie
previously = eerder, daarvoor
proficiency = bekwaamheid
prohibited = verboden
promising = hoopgevend
prying = gluren
punctual = tijdig, stipt

Q
quaint = curieus, typisch
to quench = blussen ,uitblazen
questionable = betwistbaar
quick tempered = driftig
quicksand = drijfzand
quirkiness = eigenaardigheid
quotation mark = aanhalingsteken

R
radiance = straling, schijn
reasonable = redelijk
to reassess = herijken
rebellious = opstandig
required = vereist
to redeem = aflossen
redemption = uitkoop, verlossing
refinement = verfijning
regardless = ongeacht
to regenerate = vernieuwen
reluctance = tegenzin, terughoudend
renegade = afvallige
reprehension = berisping
to restore = herstellen
rewarding = bevredigend
roughneck = barbaar, wreedaard

S
to sacrifice = (op)offeren
salary cut = loonsverlaging
savour = smaak
to scandalize = te schande maken
selflessness = groothartig
serenity = zielenrust, gemoedsrust
shithead = idioot
significant = betekenisvol
slackness = karakterloosheid, slapte
smudgy = vlekkerig
solicitous = bezorgd
specious = misleidend
stapler = nietmachine
starvation = hongerdood
straightforward = direct, recht
to stumble = strompelen, struikelen
to subject to = behoudens
submissive = onderdanig
substitution = vervanging
to summarise = samenvatten
superficial = oppervlakkig
to suppress = onderdrukken
sure thing = zekerheid
swindling = afzetterij

T
tactfulness = fijngevoeligheid, tact
to tamper = (in)mengen
tenderly = liefhebbend
theatrical = theatraal
tidiness = orderlijkheid, netheid
to torture = mishandelen, kwellen
tranquility = rust, kalmte
trivial = triviaal, muggezifterig
trustworthy = betrouwbaar
to tumble down = afvallen, uitvallen
turnabout = achteruit
typical = typisch, eigenaardig

U
ulterior =aanstaand, verdekt
unavoidable = onvermijdelijk
unconscious = bewusteloos
to underline = onderstrepen, benadrukken
to undo = ongedaan maken
unemployed = werkeloos
unguarded = onbewaakt
unreliable = onbetrouwbaar
to unveil = onthullen
unworthy = onwaardig
upcoming = (aan)komend
upright = degelijk, fatsoenlijk, loyaal
urgency = urgentie
usage = gebruik
to utilise = gebruiken, pakken
uttermost = uiterst(e)

V
vacant = onbezet, open
vagueness = vaagheid
vanity = ijdelheid
vast = groot, uitgestrekt
velocity = snelheid
vibrant = meeslepend, smeuïg, pittig
vigilant = waakzaam
villain = schoft
violation = aanranding, overtreding
virtuous = deugdzaam
volatile = vluchtig, vergankelijk
voluntarily = vrijwillig
voracious = gulzig
vulture = gier

W
wailing = gehuil
warmonger = militarist
warrant = aanschrijving
weightlessness = gewichtsloosheid
whereabouts = verblijfplaats, waaromtrent
whereas = terwijl, aangezien
wholesome = geneeskrachtig, gezond
willingness = goedkeuring, instemming
wizard = magiër, tovenaar
to worry oneself = zich ergeren
to wrangle = ruzie maken, bekvechten
wrath = woede
wrongfulness = ongelijk

X
xmas = Kerstmis

Y
yack = gekwetter
to yaw = gapen
yielding = smeedbaar, toegeeflijk
youngster = jongeling
youthfulness = jeugdigheid

Z
zestful = enthousiast
zoologic = dierkundig

Ook leuk: Dure woorden | Galgje woorden | Lange woorden