Moeilijke woorden bovenbouw vo

woorden leren bovenbouw vo

A
acquisitie = klanten werven
Voorbeeld: Het ongevraagd opbellen om iets te verkopen is een vorm van aquisitie.

adhesie = steun
Voorbeeld: Je adhesie betuigen aan een actie.

ageren = handelend optreden
Voorbeeld: De bewoners ageerden tegen de plannen van de gemeente.

akkefietje = een storend voorval, een ruzietje
Voorbeeld: Na dat ene akkefietje hebben we nooit meer problemen met elkaar gehad.

amnestie = kwijtschelding van straf
Voorbeeld: Er werd amnestie verleend aan de gevangene.

amuse = klein hapje vooraf
Voorbeeld: We zaten net toen de ober al een amuse bracht.

annexeren = beslag leggen op een gebied
Voorbeeld: Alle weilanden zijn inmiddels geïndexeerd door de gemeente.

antecedent = woord waarnaar verwezen wordt
Voorbeeld: Ik sprak Ollie zojuist en zie haar morgen weer. ‘Ollie’ is in deze zin het antecedent.

associatie = koppeling, verbinden van de ene gedachte met de andere
Voorbeeld: Dat bracht negatieve associaties van vroeger met zich mee.

archipel = eilandengroep
Voorbeeld: Indonesië bestaat uit een archipel.


B
barbaars = wreed
Voorbeeld: Tijdens de slavernij werden slaven uiterst barbaars behandeld.

behelzen = inhouden, bevatten
Voorbeeld: De nieuwe overeenkomst behelst niet alleen maar positieve punten.

bejegenen = behandelen
Voorbeeld: Ik voelde me onjuist bejegend.

bilateraal = tweezijdig
Voorbeeld: De beide landen respecteren al jaren de bilaterale afspraken.


C
capitulatie = overgave
Voorbeeld: Na de capitulatie was de oorlog voorbij.

chargeren = overdrijven
Voorbeeld: Nu chargeer je.

charismatisch  = met veel charisma / uitstraling, inspirerend
Voorbeeld: Hij is een charismatisch man die altijd veel mensen meekrijgt.

cineast = filmmaker
Voorbeeld: De cineast had reeds vele prijzen ontvangen.

clementie = genade, welwillendheid
Voorbeeld: Hij toonde clementie jegens zijn opponent.

clownesk = als een clown
Voorbeeld: Hij trok de aandacht met zijn clowneske gedrag.

committeren = opdracht geven, binden
Voorbeeld: Zijn committeerden zich aan het genomen besluit.

competentie = deskundigheid
Competenties zijn vaardigheden of kwaliteiten die je kunt ontwikkelen.

compulsief = dwangmatig
Voorbeeld: Dat hij iedere keer het schilderij recht moet hangen is een vorm van compulsief gedrag.

concern = grote onderneming met veel vestigingen
Voorbeeld: Shell is een concern met vestigingen overal in de wereld.

concretiseren = iets concreet maken, vast vorm geven
Voorbeeld: Kun je dat verhaal concretiseren voor mij?

congruent = overeenstemmend
Voorbeeld: Hij vertoont congruent gedrag, hij reageert namelijk precies zoals hij zich voelt van binnen.

conjunctuur = economische golfbeweging
De schommelingen in de economische groei op korte termijn noem je conjunctuur.

consolideren = verstevigen, duurzaam maken
Voorbeeld: Het bedrijf wist zijn marktpositie dit jaar wederom te consolideren.

controverse = geschil, heftig meningsverschil
Voorbeeld: Er ontstond een controverse waarbij we lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan.

correlatie = onderliggend verband
Voorbeeld: Er is geen correlatie gevonden tussen de beide zaken.


D
declameren = voordragen
Voorbeeld: Zij declameert het stuk met gevoel en humor.

delicaat = gevoelig, waar je voorzichtig mee moet zijn
Voorbeeld: Dit is een delicate kwestie.

desillusie = ontgoocheling, teleurstelling
Voorbeeld: De desillusie was groot na het tegendoelpunt in de laatste minuut.

derving = verlies, gemis
Voorbeeld: Door diefstaf is er een aanzienlijke omzetderving.

discrepantie = verschil, tegenstrijdigheid
Voorbeeld: Er is sprake van grote discrepantie tussen de beoogde winst en het uiteindelijke resultaat.

discutabel = bedenkelijk, twijfelachtig
Voorbeeld: Er nog langer mee door gaan is discutabel vanwege alle tegenslagen.

dogmatisch = eigenzinnig, onbuigzaam
Voorbeeld: Zij stellen zich erg dogmatisch op.

dominant = overheersend
Voorbeeld: Ik stoor me aan jouw dominante gedrag.


E
electoraat = het kiezersvolk
Voorbeeld: Het electoraat stemde massaal tegen.

elite = bovenlaag; kleine groep van vooraanstaande, bevoorrechte mensen
Voorbeeld: Zulke feesten zijn alleen voor de elite weggelegd.

eminent = uitmuntend
Voorbeeld: Het gezelschap bestond uit eminente studenten.

erudiet = belezen, uitgebreide kennis en smaak bezittend
Voorbeeld: Hij werd alom gezien als een erudiet persoon.

euforisch = extreem blij
Voorbeeld: Na de eerste resultaten overheerste een euforisch gevoel.

evident = duidelijk
Voorbeeld: Er zijn evidente fouten gemaakt tijdens de behandeling.

excessief = buitensporig; dat alle grenzen overschrijdt en daardoor onaanvaardbaar wordt.
Voorbeeld: De overvallers gebruikten excessief geweld.

exorbitant = buitensporig, excessief
Voorbeeld: Hij verdiende daarmee exorbitant bedragen.

expanderen = zich uitbreiden
Voorbeeld: De sportschoolketen expandeert nu ook naar België.

explicatie = uitleg
Voorbeeld: Haar explicatie was warrig en zat vol tegenstrijdigheden.


F
façade = valse schijn; houding waarmee je iets wilt verbergen
Voorbeeld: Het zogenaamde briljante plan was één grote façade.

federatie = bond, verbond
Een federatie van 5 staten.

fenomenaal = buitengewoon, fabelachtig
Voorbeeld: Een femonenale prestatie van het hele team.

floreren = bloeien, goed presteren
Voorbeeld: Sinds die nieuwe eigenaar floreert de zaak als nooit tevoren.

florissant = gunstig, bloeiend
Voorbeeld: Het bedrijf staat er florissant bij.

frêle = broos, tenger
Voorbeeld: Een frêle meisje

funest = fataal, noodlottig
Voorbeeld: Die onverantwoorde investering was funest voor de onderneming.


G
gedegen = degelijk, van goede kwaliteit
Voorbeeld: Ze had zich gedegen voorbereid.

gedijen = voorspoedig groeien
Voorbeeld: Lavendel gedijt het best in volle zon.

gemêleerd = gemengd
Voorbeeld: Het viel niet mee te spreken voor zo’n gemêleerd publiek.

geslepen = doortrapt
Voorbeeld: Pas op voor zijn geslepen trucjes.

gestand doen = nakomen (van afspraak)
Voorbeeld: Ik zal er alles aan doen mijn belofte gestand te doen.

groggy = niet helder van geest, dronken, onvast op de benen
Voorbeeld: Nog groggy van de uppercut wankelde de bokser naar zijn hoek.

gros = merendeel
Voorbeeld: Het gros van de mensen denkt dat ze hun gedachten zijn.


H
heterogeen = gemengd, ongelijksoortig
Voorbeeld: Een heterogene samenstelling van de bevolking

heugen = herinneren
Voorbeeld: Zolang ik me kan heugen woont zij in die flat.

holistisch = alomvattend, kijkend naar het geheel
Voorbeeld: Sommige mensen kiezen voor een holistische benadering van ziektes.

hypothese = veronderstelling, idee waarvan nog moet worden bewezen dat het juist is.
Voorbeeld: Er zijn nog vele experimenten nodig om de hypothese te bewijzen.


I
ideologie = stelsel van gedachten en ideeën
Voorbeeld: Hij trekt steeds meer naar extreme ideologieën.

impasse = patstelling, moeilijk punt waar je niet uit kunt komen
Voorbeeld: Doordat we allebei geen water bij de wijn wilden doen, raakten ons overleg in een impasse.

implementeren = invoeren, toepassen
Voorbeeld: Een plan om toepassingen en verbeteringen te implementeren in het proces.

indertijd = toen, in die periode
Voorbeeld: Indertijd stond daar nog een molen.

indoctrinatie = hersenspoeling, inprenting van ideologieën
Voorbeeld: Jarenlang is hij blootgesteld aan de indoctrinatie van de sekteleider.

inkleden = op een bepaalde manier brengen
Voorbeeld: Zij wist het zo in te kleden dat het leek of haar geen blaam trof.

initiatie = inhuldiging
Voorbeeld: Na de initiatie was de jonge man volwaardig lid van de gemeenschap.

insinueren = iemand beschuldigen zonder het openlijk uit te spreken
Voorbeeld: Zij insinueerde dat ik het gedaan had om er zelf beter van te worden.

introvert = in jezelf gekeerd
Voorbeeld: John is nogal introvert en zal niet snel zijn stem verheffen.


K
koddig = lachwekkend, vermakelijk
Voorbeeld: Het zag er allemaal erg koddig uit.


L
laconiek = onverschillig, doodkalm
Voorbeeld: Hij reageerde laconiek op de slechte cijfers.

lacune = gemis, iets dat ontbreekt
Voorbeeld: Er zit op dat punt een lacune in de regelgeving.

lankmoedig = verdraagzaam
Voorbeeld: Het is bijzonder te zien hoe lankmoedig hij reageert op al het onrecht.

latent = als iets er is, maar niet meteen merkbaar
Voorbeeld: De ziekte was al langer latent aanwezig.

legio = talloos
Voorbeeld: Ik kan je legio voorbeelden daarvan geven.

legitiem = gegrond, rechtvaardig
Voorbeeld: Dat is nog altijd geen legitiem bewijs.

lukraak = zonder nadenken
Voorbeeld: Hij floepte het er lukraak uit.

lustrum = periode van 5 jaar dat iets bestaat
Voorbeeld: Dit jaar viert onze vereniging haar 2e lustrum.


M
macaber = luguber, huiveringwekkend
De veroordeelde man bleek macabere gewoontes te hebben.

manifest = 1) heel erg duidelijk; 2) openbare tekst met een duidelijk standpunt
Voorbeeld 1: Zijn standpunt is manifest.
Voorbeeld 2: Het manifest werd ondertekend door alle betrokkenen.

matineus = gewend vroeg op te staan
Voorbeeld: Zij is niet echt een matineus mens.

melancholie = droefgeestigheid, zwaarmoedigheid
Voorbeeld: In een melancholische stemming keek hij terug naar die periode.

melodramatisch = sentimenteel
Voorbeeld: De melodramatische film kreeg zelfs mijn zus aan het snotteren.

mogendheid = land dat zichzelf bestuurt en een dominante positie inneemt.
Voorbeeld: Nederland was tijdens het koloniale tijdperk een belangrijke mogendheid.

mondialisering = globalisering
Voorbeeld: Wereldwijd handelen gaat steeds makkelijker door de mondialisering.

murmelen = onverstaanbaar praten
Voorbeeld: Zijn gemurmel kon ik echt niet verstaan.


N
Namasté = Hindoeïstische groet
Voorbeeld: Hindoes groeten de goden en elkaar met deze groet.

nepotisme = bevoordelen van familie
Voorbeeld: De leider maakte zich met de schenkingen schuldig aan nepotisme.

nivellering = (het) gelijkmaken, verkleinen van verschillen
Voorbeeld: De helft van de bevolking wil nivellering van de inkomens via belastingen.

nostalgie = heimwee naar een geromantiseerd vroeger
Voorbeeld: Steeds als ik daar kom bekruipt mij een gevoel van nostalgie.

notificatie = kennisgeving, melding
Voorbeeld: Met deze knop zet je al je notificaties uit op je telefoon.


O
onverschrokken = niet bang
Voorbeeld: Ondanks de bedreigingen ging hij onverschrokken door met campagne voeren.

onberispelijk = foutloos, keurig
Voorbeeld: Ze ging zoals altijd onberispelijk gekleed.

ontberen = missen van wat je heel hard nodig hebt
Voorbeeld: Hij heeft altijd steun van zijn ouders moeten ontberen.

optornen = er met moeite tegenin gaan
Voorbeeld: Tegen zulke overmacht kon zij niet optornen.

orakel = iemand die geraadpleegd kan worden voor voorspellingen
Voorbeeld: Het Orakel van Delphi was het drukst bezochte en meest gerespecteerde van de gehele oudheid.


P
paljas = clownsfiguur, dwaas
Voorbeeld: Het is een echte paljas, met z’n knotsgekke grappen en grollen.

penitentiair = op bestraffing betrekkend hebben
Hij moest naar de penitentiaire inrichting.

periferie = buitenkant, buitenrand
Voorbeeld: Het verkeer aan de periferie van de stad liep helemaal vast.

pompeus = hoogdravend, overdadig, overdreven
Voorbeeld: Het huis was nogal pompeus ingericht.

postscriptum = toevoegsel aan een brief, naschrift
Voorbeeld: PS onder aan een brief staat voor postscriptum.

proactief = niet reagerend, maar anticiperend; vooruitdenken
Voorbeeld: Door proactief te handelen is erger voorkomen.

prolongatie = verlenging
Voorbeeld: De prolongatie van mijn verzekering laat ik afhangen van de kosten.

protegé = beschermeling
Voorbeeld: Hij startte zijn carrière als protegé van de minister.

puriteins = zich houdend aan strenge zedelijke normen
Voorbeeld: Ik ben niet zo puriteins opgevoed dat ik nog steeds geen alcohol mocht toen ik op mezelf ging wonen.

privatisering = afstoten van overheidstaken naar de marktsector
Voorbeeld: De privatisering van de zorg heeft grote gevolgen voor de kwaliteit gehad.


R
recapituleren = kort samenvatten
Voorbeeld: Kun je dat even recapituleren?


S
saneren = gezond maken
Voorbeeld: Ik ga volgende week naar de tandarts om mijn hele gebit te laten saneren.

scrupules = gewetensbezwaren
Voorbeeld: Schijnbaar zonder scrupules nam hij de steekpenningen aan.

spectrum = verscheidenheid
Voorbeeld: Die bouwmarkt heeft een breed heel spectrum aan gereedschap.

stagnatie = het stoppen van groei
Voorbeeld: Er lijkt eindelijk sprake van stagnatie op de woningmarkt.

stoïcijns = onverstoorbaar, gelaten
Voorbeeld: Hij reageerde stoïcijns op zijn ontslag.

substituut = vervangingsmiddel
Voorbeeld: meer gaan eten als substituut voor het roken.

sub rosa = in het geheim, in vertrouwen
Voorbeeld: Zij vertelde mij sub rosa wat was besproken.

suppressie = onderdrukking, afschaffing
Voorbeeld: Suppressie van de symptomen.

symposium = congres, conferentie
Voorbeeld: Op het symposium waren veel bekende sprekers.


T
tergen = iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren
Voorbeeld: Ze tergden de hond net zo lang totdat deze begon te grommen.

tirade = felle woordenstroom
Voorbeeld: Hij hield een tirade over het gebrek aan inzet op de werkvloer.

triviaal = gewoon, onbeduidend
Voorbeeld: Ik wens mij niet bezig te houden met triviale zaken.


V
verguizen = afkraken, beschimpen
Voorbeeld: Het past niet om hen te verguizen terwijl je zelf ook fout zat.

vigilant = waakzaam, alert
Voorbeeld: Een vigilante houding.


W
wederhoor = het horen / luisteren naar de tegenpartij
Voorbeeld: Er werd een besluit genomen zonder wederhoor van de beschuldigde.


X
xenofiel = welgezind jegens vreemdelingen
Voorbeeld: Hij is een xenofiel persoon.