Moeilijke woorden met betekenis

Moeilijke Nederlandse woordenlijst + betekenis

Binnen de Nederlandse taal kun je veel woorden op verschillende manieren uitdrukken. Doordat de woorden dezelfde betekenis hebben, zijn ze volledig willekeurig door elkaar te gebruiken.

Synoniemen

Veel van deze zogeheten synoniemen zijn bij een groot publiek bekend en behoren zo’n beetje tot onze “standaard” woordenschat. Sommige synoniemen zijn echter minder gebruikelijk in onze spreektaal.

De betekenis van sommige moeilijke woorden is voor veel mensen absoluut onbekend. Sterker nog, velen hebben überhaupt nog nooit van deze woorden gehoord! Deze woorden worden slechts zelden gebruikt en kunnen we met recht moeilijke woorden noemen.

Hieronder een opsomming van moeilijke woorden met hun betekenis. Weet jij wat ze betekenen?

Moeilijke woorden met betekenis

A
accorderen = overeenkomen, overeenstemmen
acquisitie = klanten werven
adhesie = steun
afasie = het onvermogen te spreken
affectatie = een schijnbare gemoedsgesteldheid die niet met de werkelijkheid in overeenstemming is
afgezant = afgevaardigd persoon
ambigu = voor meerdere uitleg vatbaar
amnestie = kwijtschelding van straf
anamnese = verslag van een patiënt over de voorgeschiedenis van zijn ziekte
annexeren = beslag leggen op een gebied
antecedent = woord waarnaar verwezen wordt
archipel = eilandengroep
Aurora= Latijnse naam voor poollicht

B
bagatelliseren= als onbelangrijk voorstellen
basaal = fundamenteel, aan de basis liggend 
bassesse = laagheid, gemeenheid
baliekluiver =nietsnut
beduimelen = bevlekken door aanraking met vuile vingers
biënnium = periode van 2 jaar
bilateraal = tweezijdig
bronstig = loops

C
catechisatie = godsdienstonderwijs 
cineast = filmmaker
clementie = genade, welwillendheid
committeren = opdracht geven
competentie = deskundigheid
compulsief = dwangmatig
concubinaat = het samenleven van een man en een vrouw zonder huwelijk
congruent = overeenstemmend
conjunctuur = economische golfbeweging
connotatie = gevoelswaarde, ondertoon
contesteren= bestrijden, betwisten
coöperatief = medewerkend
correlatie = onderliggend verband
cytologie = leer der levende cellen

D
dichotoom = met 2 mogelijkheden
deballoteren = afwijzen bij stemming
declameren = voordragen
determinant = bepalende factor
dissertatie = proefschrift
dogmatisch = eigenzinnig, onbuigzaam
domesticatie = het temmen van wilde dieren tot huisdieren
drogreden = schijnreden

E
eidetiek = het inbeelden
electoraat = het kiezersvolk
empatisch = met inlevingsvermogen
empirisch = berustend op ervaring
epiloog = slotwoord. narede 
epoque = tijdstip, tijdvak
erudiet = belezen, breed ontwikkeld
esthetiek = kunstgevoel
explicatie = uitleg
extramuralisering = verkapte bezuiniging, afkalving van de zorg

F
ferociteit = wildheid, woestheid
fibromyalgie = pijn in bindweefsel en spieren
fiduciair = op vertrouwen berustend
filantroop – weldoener
flamboyant = vurig, hartstochtelijk
fluxdebouche = welbespraaktheid
frugaal = sober, matig
fytofaag = plantenetend

G
geëquilibreerd = in evenwicht
gewelfbouw = boogconstructie
globalisering = proces van wereldwijd worden
glyptiek = beeldsnijkunst in steen
gremium = adviescollege
groggy = niet helder van geest


H
hectisch = chaotisch
hegemonie = alleenheerschappij
hermetisch = volledig dicht, luchtdicht
holistisch = alomvattend
hospiteren = als gast bijwonen
humoraal = de lichaamsvochten betreffend
hypo = te lage bloedsuikerspiegel
hybris = overmoed
hypothese = veronderstelling
hypothetisch = aangenomen, niet zeker

moeilijke woorden met betekenis xylografie
xylografie

I
idiosyncratisch = met een eigen, afwijkend karakter
incrimineren = beschuldigen
inflammatie = (medische) ontsteking
inkleden = op een bepaalde manier brengen
initiatie = inhuldiging
interventie = tussenkomst

J
jobstijding = ongeluksbericht

L
lasciviteit = wulpsheid
lankmoedig = verdraagzaam
legitiem = wettig, rechtvaardig
linguïstisch = taalkundig

M
matineus = gewend vroeg op te staan
melancholie = droefgeestigheid, zwaarmoedigheid
meteorologisch = weerkundig
mitigeren = minder erg maken
mogendheid = land dat zichzelf bestuurt
mondialisering = globalisering
myopie = bijziendheid

N
Namasté = Hindoïstische groet
nautisch = scheepvaart of de watersport betreffende
navenant = in overeenstemming met iets dat eerder is genoemd
nepotisme = bevoordelen van familie
ney = muziekinstrument, voorloper van de fluit
nivellering = (het) gelijkmaken, verkleinen van verschillen

O
omineus = een (slecht) voorteken bevattend, onheilspellend
ontvankelijk = vatbaar voor indrukken
opportunist = iemand die zonder principes handelt
optornen = er met moeite tegenin gaan
outillage = uitrusting, materieel

P
paljas = clownsfiguur, dwaas
palpatie = betasting (voor bv onderzoek)
periferie = buitenkant, buitenrand
peigeren = doodgaan
pendule = slingerklok
perinataal = kort voor en na de geboorte
pneumatisch = door lucht gedreven
pompeus = hoogdravend, overdadig
postscriptum = toevoegsel aan een brief, naschrift
privatisering = afstoten van overheidstaken naar de marktsector
progressief = vooruitstrevend
prolegomena = inleidende opmerkingen

Q
quarantaine = (gedwongen) afzondering

R
recidief = (medisch) terugkeren
reciproceren = vergelden
recursief = zichzelf herhalend
rehydratie = vocht aanvulling
rotrombine = bloedstollingsfactor
rubensfiguur = mollige vrouw

S
sforzando = sterker, aanzwellend
sommeren = aanmanen, bevelen
soterisch = zaligmakend, verlossend
somnambulisme = slaapwandelen
subjectief = bevooroordeeld
sub rosa = in het geheim, in vertrouwen
strangulatie = wurging, afklemming
symposium = congres, conferentie

T
tectyleren = antiroestbehandeling voor auto’s
transdermaal = door de huid

V
verankeren = stevig bevestigen
vermaledijen = vervloeken
verrinneweren = vernielen
virulent = venijnig
vakfederatie = vakcentrale
vigilant = waakzaam, wakker
voraciteit = vraatzucht

X
xenofiel = welgezindheid jegens vreemdelingen
xenograaf = deskundige in het schrift van vreemde talen
xylitol = zoetstof, suikervervanger
xylografie = houtsnijkunst

Z
zelftucht = discipline
zengen = licht branden, schroeien
zoöplastiek = de kunst van het opzetten van dieren
zotisch = het leven betreffend
zymose = werking van een enzym


Bekijk hier onze dure woordenlijst of ben je nieuwsgierig naar de langste Nederlandse woorden? >>