Moeilijke woorden bovenbouw+

Met de woorden hieronder gaan we een stapje verder. Ze zijn iets minder gangbaar in onze spreektaal, maar nog altijd geen totaal onbekende woorden.
De betekenis van deze moeilijke woorden is echter voor veel mensen volstrekt onbekend. Sterker nog, velen hebben überhaupt nog nooit van deze woorden gehoord! Ze worden slechts zelden gebruikt en kunnen we met recht moeilijke woorden noemen.

Deze woorden kom je tegen op academische opleidingen.
Hoeveel ken jij er?


Woordenlijst bovenbouw +/ academisch

A
adagium = spreuk, motto
Voorbeeld: Volgens het bekende adagium: Zoals de waard is….

afasie = het onvermogen te spreken
Het is een taalstoornis, waarbij iemand niet meer kan zeggen wat ie wil.

affectatie = een schijnbare gemoedsgesteldheid die niet met de werkelijkheid in overeenstemming is
Voorbeeld: Die uitspraak is vrij van affectatie.

ambigu = voor meerdere uitleg vatbaar, dubbelzinnig
Voorbeeld: ‘Ik zie je wel’. Deze zin is ambigu; het betekent ‘ik kan je wel zien’, maar kan ook betekenen ‘ik zie je later wel verschijnen’.

anamnese = verslag van een patiënt over de voorgeschiedenis van zijn ziekte
Voorbeeld: De behandeld arts voerde anamnese uit om een zo volledig mogelijk beeld van de klachten van de patiënt te vormen.

animositeit = vijandigheid
Voorbeeld: Je voelde de animositeit tussen de verschillende groepen.

audiëntie = officieel bezoek bij een hoog geplaatst persoon
Voorbeeld: We gingen op audiëntie bij de Maxima.

auspiciën = bescherming, supervisie
Voorbeeld: Een ieder werkt onder auspiciën van het afdelingshoofd.


B
baliekluiver =nietsnut
Voorbeeld: De baliekluiver zat zoals gewoonlijk weer uit zijn neus te eten.

bassesse = laagheid, sluwheid
Voorbeeld: De hele actie was één grote daad van bassesse.

beduimelen = bevlekken door aanraking met vuile vingers
Voorbeeld: Hij beduimelde het schilderij met zijn vieze handen.

behept = in het bezit zijn van, lijden aan
Voorbeeld: Hij is behept met allerlei vreemde kwaaltjes.

biënnium = periode van 2 jaar
Voorbeeld: Het budget voor het komende biënnium was erg ruim.

bronstig = loops
Voorbeeld: Het bronstige teefje was niet meer te houden.


C
catechisatie = godsdienstonderwijs
Voorbeeld: Zij gaat iedere zaterdag naar catechisatie.

categorisch = met klem; ook: systematisch
Voorbeeld: De rode draad door zijn verdediging was zijn categorische ontkenning.

concubinaat = het samenleven van een man en een vrouw zonder huwelijk
Voorbeeld: Zij leefden reeds vele jaren in concubinaat.

confirmeren = bevestigen
Voorbeeld: Zou u dat even willen confirmeren per mail?

connotatie = gevoelswaarde, ondertoon
Voorbeeld: Zijn lezing had een negatieve connotatie.

contesteren= bestrijden, betwisten
Voorbeeld: De actiegroep bleef het onrecht contesteren.

cultus = verering
Voorbeeld: Het hoort bij de cultus om offers te brengen.


D
deballoteren = afwijzen bij stemming
Voorbeeld: Hij werd gedeballoteerd tijdens de vergadering.

demaskeren = ontmaskeren, iemands ware aard laten zien
Voorbeeld: Eindelijk lukte het hem de man te demaskeren als de dader.

desintegreren = uiteenvallen
Voorbeeld: Het ooit zo machtige rijk was nu aan het desintegreren.

determinant = bepalende factor
Voorbeeld: Slechte voeding is een determinante factor bij het krijgen van overgewicht.

devoot = met grote eerbied en toewijding
Voorbeeld: De spiritueel leider had vele devote volgelingen.

dichotoom = met 2 mogelijkheden
Voorbeeld: Je kunt met ja of met nee antwoorden op deze dichotome vraag.

diffuus = onduidelijk
Voorbeeld: Hij kwam met een diffuus verhaal waar ik geen touw aan kon vastknopen.

dissertatie = proefschrift
Voorbeeld: De student schreef een uitmuntend dissertatie.

distinctie = onderscheid; ook: deftigheid, beschaafdheid van manieren
Voorbeeld 1: De distinctie tussen de verschillende bevolkingsgroepen.
Voorbeeld 2: Het is goed deze kwestie met distinctie te behandelen.

domesticatie = het temmen van wilde dieren tot huisdieren
Voorbeeld: Het proces van domesticatie kan soms jaren duren.

dotatie = schenking, donatie
Voorbeeld: Een eenmalige dotatie aan dit goede doel.

draconisch = zeer streng
Voorbeeld: Er heerste een draconisch beleid.

drogreden = schijnreden, kromme redenering
Voorbeeld: De lezing van de politicus zat vol drogredenen om maar niet de verantwoordelijkheid te hoeven nemen.


E
egards = uitingen van beleefdheid
Voorbeeld: De kroonprins werd met alle egards ontvangen.

elan = bezieling, enthousiasme
Voorbeeld: Ze begonnen het project met veel elan.

empirisch = berustend op ervaring of waarneming
Voorbeeld: Er konden duidelijke conclusies worden getrokken uit het empirische onderzoek.

enigma = raadsel
Voorbeeld: De enigma’s van zijn mysterieuze leven.

epoque = tijdstip, tijdvak
Voorbeeld: Dit stuk behoort tot de meest invloedrijke uit zijn epoque.

esthetiek = kunstgevoel, schoonheidsleer
Voorbeeld: Kunnen we stellen dat plastische chirurgie valt onder esthetiek?

esthetisch = chic, elegant
Voorbeeld: Het esthetische effect van een sieraad.

etnocentrisme = de neiging om andere culturen af te keuren en de eigen als superieur op te vatten
Voorbeeld: Als westerse ondernemer in het Afrikaanse land had hij te maken met etnocentrisme.


F
ferociteit = wildheid, woestheid
Voorbeeld: De uitbarsting was de zoveelste uiting van zijn ferociteit.

fiduciair = op vertrouwen berustend
Voorbeeld: Het fiduciaire karakter van de afspraken gaven de onderlinge verhoudingen goed weer.

flux de bouche = welbespraaktheid
Voorbeeld: Hij staat bekend om zijn flux de bouche.

frugaal = sober, matig, karig
Voorbeeld: De opbrengst was ook dit jaar frugaal te noemen.

fibromyalgie = pijn in bindweefsel en spieren
Voorbeeld: Hij heeft al jaren last van fibromyalgie.

fnuikend = funest, zeer schadelijk
Voorbeeld: Alcohol heeft een fnuikend effect op de gezondheid.

fulminant = woedend, razend
Een fulminante scheldkanonnade volgde.

fytofaag = herbivoor, planteneter
Voorbeeld: Geen vlees voor deze fytofaag.


G
gebeuzel = onzinnige praat
Voorbeeld: Er kwam zoals gewoonlijk alleen maar gebeuzel uit zijn mond.

geëquilibreerd = in evenwicht
Voorbeeld: In de toespraak waren humor en ernst perfect geëquilibreerd.

gracieus = elegant
Voorbeeld: Ze is een gracieuze verschijning.

gremium = adviescollege
Voorbeeld: Jan Marijnissen sprak vaak op diverse gremia.

grosso modo = ruw geschat
Voorbeeld: Het gaat grosso modo om 1 miljoen inwoners.


H
hegemonie = alleenheerschappij, overwicht
Voorbeeld: De hegemonie van de Nederlandse kickboksers gaf ons landje aanzien in de vechtsportwereld.

hospiteren = als gast bijwonen
Voorbeeld: Het internet staat vol met tips voor als je gaat hospiteren.

humoraal = de lichaamsvochten betreffend
Voorbeeld: Het humorale afweersysteem richt zich op ziekteverwekkers in het lichaamsvocht.

hybris = Oudgrieks woord voor overdreven trots, overmoed
Voorbeeld: De hybris van de president die alles maar dacht op te kunnen lossen.

hypo = te lage bloedsuikerspiegel
Voorbeeld: Door iets zoets tot je te nemen gaat de hypo over.


I
idiosyncratisch = met een eigen, afwijkend karakter
Voorbeeld: Het idiosyncratische gedrag van de jeugd van tegenwoordig.

in casu = in dit geval
Voorbeeld: De aanstichter, in casu de scholier, kan verantwoordelijk worden gesteld voor de schade.

inflammatie = (medische) ontsteking
Voorbeeld: Inflammatie is een reactie op een schadelijke prikkel in het lichaam.

incrimineren = (van misdaad) beschuldigen
Voorbeeld: Zij incrimineren hetgeen gebeurt is en willen hem vervolgen voor het misdrijf.


J
jobstijding = ongeluksbericht, erg slechte boodschap
Voorbeeld: De vrouw werd overvallen met de jobstijding dat haar man was overleden.


K
kakafonie = veel lelijk geluid (wordt ook gebruikt voor andere zintuigen), herrie
Voorbeeld: Een kakafonie van onsamenhangende kleuren.

kastijden = lijfstraf in uitvoering brengen
Voorbeeld: Tijdens de slavernij was het kastijden van slaven heel normaal.

kosmopoliet = wereldburger, iemand die zich overal ter wereld thuis voelt.
Voorbeeld: Door het wonen in al die verschillende landen is hij een echte kosmopoliet geworden.


L
lasciviteit = wulpsheid
Voorbeeld: De lasciviteit straalde van haar af.

linguïstiek = taalkunde
Voorbeeld: Linguïstiek is de wetenschappelijke studie naar talen.


M
mitigeren = minder erg maken, afzwakken
Voorbeeld: De medicijnen mitigeerden de symptomen.

myopie = bijziendheid
Voorbeeld: Bij myopie is een min-bril nodig om scherp te zien.


N
nautisch = scheepvaart of de watersport betreffende
Voorbeeld: Stuurboord en bakboord zijn nautische termen.

ney = muziekinstrument, voorloper van de fluit
Voorbeeld: De ney is de voorloper van de fluit.


O
omineus = een (slecht) voorteken bevattend, onheilspellend
Voorbeeld: Hij sprak op omineuze wijze.

onverlet laten = onverminderd aanwezig blijven
Voorbeeld: Dit laat onverlet dat de kosten naar beneden moeten op korte termijn.

obstinaat = tegendraads, eigenzinnig
Voorbeeld: Hij blijft zich obstinaat verzetten tegen de geplande veranderingen.

outillage = uitrusting, materieel
Voorbeeld: De outilage van de Rotterdamse haven is voortreffelijk te noemen.


P
palpatie = betasting van het lichaam
Voorbeeld: Voor het onderzoek is palpatie van het hele lichaam nodig.

pendule = slingerklok
Voorbeeld: De antiquair had geen interesse in de antieke pendule.

perinataal = kort voor en na de geboorte
Voorbeeld: De perinatale periode is de periode van de 22e zwangerschapsweek tot de 7e dag na de geboorte.

permissief = toegeeflijk, veel toestaand
Voorbeeld: Een permissieve opvoedstijl wordt ook wel een toegeeflijke opvoedstijl genoemd.

pneumatisch = door lucht gedreven
Voorbeeld: Boren met een pneumatische boor.

prevelen = mompelen
Voorbeeld: Ze prevelde een gebedje.

prolegomena = inleidende opmerkingen
Voorbeeld: Enkele prolegomena hadden niet misstaan.


R
recidief = (medisch) terugkeren
Voorbeeld: Om recidief te voorkomen kunnen deze maatregelen worden toegepast.

recursief = zichzelf herhalend
Voorbeeld: De waarde worden op de volgende manier recursief berekend.

rehydratie = vocht aanvulling
Voorbeeld: Na de extreme inspanning was rehydratie hoog nodig.

rubensfiguur = mollige vrouw, zoals de schilder Rubens ze vaak afbeeldde.
Voorbeeld: Hij had een voorliefde voor vrouwen met een rubensfiguur.

ressentiment = wrok, haatdragendheid
Voorbeeld: Na al die jaren koestert hij nog altijd ressentiment jegens hen.

ridiculiseren = belachelijk maken
Voorbeeld: Hij heeft er een handje van mijn mening te ridiculiseren.


S
sereen = vredig
Voorbeeld: Er heerste een serene rust.

sforzando = sterker, aanzwellend
Voorbeeld: Sforzando is een muziekterm die aangeeft dat de dynamiek op een op bepaald moment versterkt dient te worden.

shabby = onverzorgd en armoedig
Voorbeeld: De laatste tijd ziet hij er vrij shabby uit.

sjofel = onverzorgd en armoedig, shabby
Voorbeeld: Hij liep er nogal sjofel bij.

soelaas bieden / geven = verlichting geven, zorgen dat iets minder erg wordt
Voorbeeld: De maatregelen boden geen soelaas.

somnambulisme = slaapwandelen
Hij leidt al jaren aan somnambulisme.

strangulatie = wurging, afklemming van de keel
Uiteindelijk verloor de man zijn bewustzijn door de strangulatie.


T
tectyleren = antiroestbehandeling voor auto’s
Het tectyleren kostte veel geld.


V
verankeren = stevig bevestigen
Voorbeeld: De houten balk werd in de muur verankerd.

vivaciteit = levendigheid
Voorbeeld: Zijn entree ging gepaard met zijn bekende vivaciteit.

virulent = venijnig
Voorbeeld: Het virus is bij sommige dieren minder virulent dan bij andere.

voraciteit = vraatzucht
Voorbeeld: Jarenlange voraciteit heeft geleid tot dit enorme overgewicht.


W
wederrechtelijk = onrechtmatig, illegaal
Voorbeeld: De verdachte bezit een aanzienlijk wederrechtelijk verkregen vermogen.


X
xylografie = houtsnijkunst
Voorbeeld: De man heeft zich helemaal toegelegd op xylografie.


Z
zoöplastiek = de kunst van het opzetten van dieren
Niet iedereen is voorstander van zoöplastiek.